Brood

Written by

in

Vanmorgen ging ik op de fiets boodschappen doen en kwam langs dit ‘uithangbord’. Je ziet meer als je langzaam reist, zoals op mijn 40j oude Union Safari fiets die al tientallen jaren in Moshi gebruikt wordt door Nederlandse artsen. Natuurlijk viel mijn blik op ‘Amsterdam’ maar terwijl ik verder fietste zocht ik mijn geheugen af naar fundi madish. Wát fikst hij? En moest lachen toen ik me realiseerde dat het gewoon een monteur voor TV-schotels was (dish- en dan gewoon madish volgens een Swahili meervoudsregel).

Het is fijn om in de gezondheidszorg een taal enigszins te beheersen. Ik heb het geleerd van onze patienten, en die lachen me nog geregeld uit als ik de verkeerde uitdrukking gebruik of jargon dat niet past bij de situatie. Nagenietend over de madish dacht ik aan de twee patienten die ik eergisteren tegelijkertijd op mijn poli had. Omdat ik de poli superviseer, zie ik patiënten parallel (soms 4, 5 tegelijkertijd). Een moeder die me vaag bekend voorkwam liep de poli op met een bundeltje khanga (traditionele katoenen doek). Toen ze het openvouwde voor de AIOS kindergeneeskunde die een paar meter van me af zat, hoorde ik haar meteen haar stoel naar achteren schuiven en ze kwam naar me toe voor supervisie.

Het was het 6 weken oude baby’tje met een aangeboren spierziekte dat we voor het laatst als pasgeborene hadden gezien op de kraamafdeling. De moeder had geen middelen om eerder terug te komen. Omdat de slikspieren even hard achteruit waren gegaan als de rest van haar kleine lichaam, met inbegrip van waarschijnlijk de hartspier, zal ze misschien nog maar een paar dagen leven. De moeder mompelde ‘ik weet wel wat jullie denken hoor maar ik heb echt geprobeerd haar te voeden’ – een uitspraak die mijn hart brak. Afgezien van het moeten horen dat je kind binnenkort komt te overlijden voelde ze nog de drang ons uit te leggen dat ze bang was dat we dachten dat het uitgemergelde lijfje haar schuld was.

Twee meter naar links zat mijn eigen patiënt van dat moment, een klein jongetje en zijn moeder. Tot het moment dat ik de stoelpoten abrupt naar achter hoorde schuiven, zaten we alledrie te lachen. Ze kwam voor een epilepsiecontrole en dan hebben we het ook altijd even over bijwerkingen, eetlust en gewicht. In Tanzania heeft zo’n 40% van de schoolkinderen een ijzergebreksanemie. Soms sabbelen ze dan op ongebruikelijke dingen zoals aarde of kiezelsteentjes. Dit jongetje was dol op brood, iets dat een luxeproduct is hier omdat er meestal maismeel en bananen gegeten worden als ontbijt. Maar zijn moeder vertelde dat hij ook het schuimmatras waar de familie op sliep was gaan opeten, waarschijnlijk omdat het hem aan brood deed denken- en omdat hij een ijzergebreksanemie had. De moeder beschreef hoe het matras elke ochtend meer hapjes vertoonde. Het jongetje noemde zijn matras mkatodoro, een prachtige mix van de woorden voor brood en matras.

Het waren twee gesprekken met een paar seconden ertussen, en met dit soort extremen is het soms lastig schakelen. Maar je zou de hartverscheurende woorden van die moeder en het mooie woord van het jochie dat de familiematras als één grote boterham zag maar moeten missen. Als arts kunnen we veel, maar de context van dit alles is de rest van het verhaal. Ben al mijn patiënten en collega’s dankbaar dat ze het geduld hebben opgebracht om die buitenstaander hun taal een beetje bij te brengen.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *