Na een korte nacht ben ik enigszins brak begonnen met het afnemen van het neuro-anatomieproefwerk voor de kinderartsen in opleiding: een carrousel langs genummerde plastic anatomiepreparaten en -atlassen in hun eigen artsenkamer. De beste wint een van de reflexhamertjes die mijn Nijmeegse neurologiecollega’s beschikbaar hadden gesteld.
Ook voor mij, als in Nederland opgeleide specialist, geldt een nascholingsverplichting. Ik moet mij daarvoor – vanaf de andere kant van de wereld – in de vreemdste bochten wringen. Gisterenavond heb ik 4,5 uur doorgebracht om een online nationale neurologietoets te maken. Ongeveer zittend bovenop de dongle die het internetverkeer moest garanderen (hoe dichterbij, des te beter de verbinding — Zwets en ik zitten dus vaker onder het bureau te werken dan eraan) heb ik per aangeklikt antwoord minuten geduld opgebracht. En was ik om 1 uur ‘s nachts pas bij vraag 100 …

Op de afdeling kindergeneeskunde zijn er wat ontregelende factoren geweest die het aantal opnames hebben opgedreven. Zo is er een volledige familie uit Arusha in isolatie geweest op de helft van de kinderafdeling, omdat er een verdenking op SARS bestond. Later bleek dit een miliaire tuberculose te zijn geweest bij meerdere familieleden, en werd de isolatie weer opgeheven. Inmiddels lagen op de andere helft van de afdeling de kinderen tot op de gang en in de badkamers. Zo ergerde ik me net weer aan een verkeerd medicatieformulier op het klembord aan het voeteneinde van een bed … totdat ik beter keek en zag dat het bed door 2 kinderen werd gebruikt. Eentje met de voeten aan het hoofdeinde, en de andere andersom. Te weinig bedden …
Verder kwam ik net toevallig Mariki tegen (de jongen met het Stiff Person Syndrome). Bij hem was net eindelijk de femurschroef verwijderd die zijn gebroken been op z’n plek hield. Zijn spierklachten zijn stukken minder op Diazepam en Baclofen. Maar van pure verrassing en opwinding schoot hij meteen in een gegeneraliseerd spasme. Auauauau…




























