Blog

  • Medical Checks for Children

    Medical Checks for Children

    Edit: zie dit fotoverslag.

    Ik ben nu twee weken in Tanzania, en heb deze week meegedraaid als neuroloog met een jaarlijks terugkerende medische ‘APK’ voor de kinderen in een dorp 20 kilometer van Moshi. Het dorp ligt tegen een gigantische suikerrietplantage aan, en de mensen uit het dorp hebben meestal een baan die te maken heeft met deze plantage. De plantage zelf is een groot contrast met de rest van het landschap, en lijkt nog het meest op de Noordoostpolder met kaarsrechte irrigatiekanalen en een voor Afrika enorm efficient productieproces. In de jaren dertig is deze plantage aangelegd door Denen, waarna hij tijdens het bewind van Nyerere deel was van het Ujamaa-beleid (zestiger en zeventiger jaren). Ujamaas waren de Afrikaanse tegenhangers van de kolchozen in de Sowjetunie, en werden destijds massaal ingevoerd als manier om Tanzania economisch gezond te maken. De bevolking ervan was kunstmatig samengesteld, en gedwongen te verhuizen vanuit hun oorspronkelijk woongebied naar de Ujamaa. Na vele jaren werden deze gemeenschappen als mislukt beschouwd en ontbonden, maar het eindresultaat bestond helaas uit een mengeling van berooide en voorheen geografisch gescheiden stammen die nu etnisch gezien onnatuurlijk dicht bijeen wonen. Al met al een plek die, grenzend aan de Masai-steppe, geschikt is geweest voor ontwikkelingshulp.

    Onder meer vanuit een Nederlandse stichting, FD Kilimanjaro, die in een van de dorpen al jaren actief is om op allerlei punten het welzijn van de dorpsbewoners te verbeteren. MCC organiseert elk jaar een gezondheids-‘kamp’ voor alle kinderen van baby- tot en met basisschoolleeftijd, in een schoolgebouwtje zonder ramen dat aan de vlakte grenst. Hele rijen vormen zich voor het inschrijvingsloketje, allemaal kinderen in schooluniformen die letterlijk bijna uit elkaar vallen van ouderdom, maar toch met liefdevol hand- en borduurwerk toonbaar gehouden worden. Een Nederlandse schoolklas kan nog wat leren van de discipline van deze kinderen, die soms uren in een kaarsrechte rij over de steppe staan te wachten voor de dokters (chirurg, kinderarts, huis-, jeugd- en CB-arts) en verpleegkundigen, de tandarts en de ‘apotheek’ (een klein depot van gesorteerde medicatie, waarvoor er eendrachtig door iedereen, van arts tot chauffeur, elke dag met de hand ijzertabletten, multivitaminen enzovoorts worden uitgeteld en in zakjes gedaan).

    Met de gezondheid van veel kinderen, vooral de Masaikinderen, is het redelijk tot matig gesteld, waarbij me wordt benadrukt dat de algemene gezondheid in dit dorp nog veel beter is dan elders door het ontwikkelingsproject dat er plaatsvindt. Naast een hoge prevalentie van ijzergebreksanemie (vingerprik), groeiachterstand en caries worden er kinderen uitgevist met nefrotisch syndroom, pneumonie, maar ook zuigelingen met verdenking hydrocephalie, craniosynostose, een traumatische ulnaropathie en als klap op de vuurpijl een 9-jarige mentaal geretardeerde jongen die altijd op het erf gehouden was met heel wat kenmerken van myotone dystrofie (en wat leek ‘ie op z’n moeder…). Bij deze categorie dringt zich telkens dezelfde vraag op, eentje waarmee ik in het ziekenhuis ook dagelijks mee te maken zal hebben: en nu? Wat is het therapeutisch arsenaal voor deze aandoening? Meestal blijven we het antwoord schuldig. Wel bleek er een kleine ngo, CCBRT, community-based rehabilitation therapy in Tanzania, te bestaan die dit soort kinderen een beetje kan laten revalideren. De middelen die ze daarvoor tot hun beschikking hebben zijn beperkt, maar ook hier wordt dus op kleine schaal aan kinderrevalidatie gedaan, en dat stemt hoopvol. Als neuroloog op de kinderafdeling van KCMC krijg ik ook weer te maken met deze ngo.

  • Twee weken

    Pas twee weken hier! Een korte update aan de hand van wat foto’s.

    We hebben bijna een auto. Deze Toyota Land Cruiser is het niet geworden, evenmin als de Mitsubishi Pajero.

     

     

    De Kilimanjaro blijkt tóch te zien vanuit onze tuin. Zoiets als de Dom willen kunnen zien als je in Utrecht woont.

     

    Marieke is met Anne- Marijke en de meiden naar de lapjesmarkt geweest, en is nu druk bezig met het vervangen van de gordijnen en de stoelbekleding.

    Ik heb gisteren en vandaag gesproken met Prof. Kibiki, directeur van het KCRI. Zonder meer een goede klik, en mijn komst is meer dan welkom.

    Voor mijn mede-geeks tijdens de rondleiding een fotootje gemaakt van de server room.

     

    Ik kon op KCRI natuurlijk niet aankomen met een flappende zool, dus eerst met de jongens in de stad gestopt bij een shoe fundi.

     

  • Het begin van de tuin

    Ons huis staat staat midden op een grote lap grond die voordat we hier kwamen wonen helemaal is kaal gemaakt. Het geeft ons terrein een wat troosteloze aanblik. Gezien de omvang van het terrein (65x75m) zagen we ons al twee jaar op een grotendeels barre vlakte wonen. Maar na 1 dag werk door Sebastian, een tuinman van KCMC, hebben we goede hoop dat we al vrij snel iets toonbaars zullen hebben.

    Ik ben met Sebastian naar een andere tuin geweest die hij verzorgt en daar hebben we de planten uitgekozen die we hier willen neerzetten. Hij heeft delen van de planten uitgegraven – het is hier zo ‘lush’ dat je daar weinig van ziet en bovendien groeit het zo weer aan – die we hebben verzameld meegenomen naar ons huis.

    De nieuwe aanplant, ook als is het nog niet veel, geeft het huis al een heel andere indruk.

     

  • Afspraak op KCMC

    Met zijn tweeën naar KCMC omdat we een afspraak hebben met het hoofd HRM. Hij blijkt afwezig dus we gaan onverrichterzake terug en worden vandaag ook niet meer teruggebeld. Pole pole. Wel de gelegenheid voor een eerste indruk.

  • Power Cuts

    Vanochtend om 9 uur viel de stroom in Moshi uit, en bleef uit tot 7 uur vanavond. De ronde tijdstippen wijzen op rantsoenering. De energievoorziening in Tanzania houdt geen pas met de snel toenemende consumptie. Vooral in december (de heetste maand, leve de air conditioner) schijnen power cuts de orde van de dag te zijn.

    We passen ons aan. Ik haal bij het tankstation een liter benzine en kook op de meegebrachte Coleman stove rijst en bonen. Doris roert in het licht van Ida’s hoofdlamp guacamole van de meest romige en smaakvolle avocado’s die we ooit geproefd hebben. Marieke doet pas ‘s avonds laat de strijk. Strijken is hier noodzaak vanwege de mango fly. De wetenschappelijke naam van deze rotmot Cordylobia Anthropophaga (anthropo = mens, phaga = etend) zegt genoeg …

    We hopen dat onze Hepatitis-vaccins koel genoeg blijven. We hebben die hierheen meegenomen zodat Marieke in november het hele gezin de vereiste ‘booster’ kan toedienen, waardoor we levenslang immuun zijn.

  • Insider-verhalen uit onze jeugdherberg

    Het huis begint meer en meer een genot te worden om te bewonen. Het is het oude huis van de Director of Hospital Services van KCMC en ondanks dat het ongelooflijk smerig was toen we er een eerste voet binnen zetten, is het met rasse schreden een gepast onderkomen aan het worden. Het lijkt uit de eerste helft van de vorige eeuw te stammen en bezit nog alle ‘originele elementen’, zoals een gelikte makelaar zou samenvatten. Het is van binnen roomwit geverfd, maar met donkeren hardhouten vloer en lambrisering, dat samen met de open haard het gevoel geeft van zo’n oude jeugdherberg. De binnenkant is door mama Halima en mama-Ida onder handen genomen en ziet er nu schoon en welkom uit. De veranda is versierd met dat ene slingertje kerstlichtjes dat ik de koffers in heb gesmokkeld, en de maffe stukjes vitrage die ik op de Nijmeegse lapjesmarkt nog op de kop getikt had, vormen nu een leuke muggenbarriere bij voor- en achteruitgang. De 3 slaapkamers zijn gevuld met de dierbare herinneringen die meekonden in de kinder-rolkoffertjes. En daar past een hele hoop in naar nu blijkt ! Ida en Doris delen een meisjesclubhuis, en Willem, Hugo en Steven een jongensdomein. Vanaf ‘s ochtends -te- vroeg dus pret. Marco en ik delen onze kamer met Vicky, die het van Rene en Christine geleende campingbedje gebruikt, dat schuil gaat onder de ronde klamboe (het aantal geleverde bedden klopte namelijk ‘ niet helemaal’, 5 i.p.v. 7. Steven slaapt dan ook op 2 aaneengeschoven woonkamerstoelen, die een verrassend comfortabel bedbootje vormen.).

    Binnenkort laten we Ida met haar cameraatje eens door/om het huis lopen om de site te verrijken met een reportage ! Later dus meer.

  • Verhuisd!

    Vanaf vandaag wonen we in ons eigen huis! Toen we drie weken voor vertrek onze ‘local intelligence’ op pad stuurden, bleek het huis waar we zouden gaan wonen nog verre van klaar. Het had een jaar leeg gestaan, en de toestand was navenant. René en Christine (tuinders met een kwekerij in Moshi) boden ons toen aan om in ieder geval de eerste week in hun huis te verblijven, een aanbod waar we dankbaar gebruik van hebben gemaakt.

    Sideline: Christine blijkt een klas onder mij op het Marnix College te hebben gezeten, en nu we het daar toch over hebben, mijn Marnix-klasgenoot Marco van de Kreeke blijkt kort geleden vertrokken uit Moshi, waar hij directeur van het vliegveld was …

    Aanzicht huis linksvoor

    In de dagen dat we in het huis van de Kleinvelds logeerden zijn we regelmatig gaan kijken bij ons huis, dat er een paar honderd meter vandaan ligt. Er is hard doorgewerkt. De buitenkant is helemaal geschilderd, en binnen is veel opgeknapt.

     

    Aanzicht huis rechtsvoor

    De tuin, die vol stond met mais en onkruid, is helemaal gerooid, waardoor het nu wel een barre vlakte is geworden. De tuinman van KCMC heeft echter grootse plannen, en wil snel beginnen met aanplanten. Hoop dat het snel groeit …

    Vanochtend hebben we onze spullen verhuisd, en wat aanvankelijk een kil en leeg huis was werd al snel meer ‘onze plek’ toen we gingen uitpakken. De meiden deden dat in hun kamer helemaal zelf.

    Het huis is wel enorm vuil, maar omdat we nog geen schoonmaakspullen in huis hebben, zal de grote schoonmaak tot morgen moeten wachten. In de middag ga ik met Ida en Mama Halima naar de markt waar we borstels, bezems, dweilen, emmers en varia schoonmaakmiddelen inkopen.

    Mama Halima wordt de oppas voor de kinderen. Er was direct een klik toen we vanochtend met haar kennismaakten. Mama Halima spreekt vrij goed Engels, weet van aanpakken en kan ons kinderkoor aan.

    Haar eigen naam is Zuhura, maar het is gebruikelijk, en eerbiediger, om volwassenen aan te spreken met de naam van hun oudste kind. Marieke en ik worden aangesproken met Mama Ida en Baba Ida. Dat laatste klopt natuurlijk niet, maar anders moeten we het steeds weer uitleggen (sorry Marek!).

    Als we terugkomen van de markt zijn de gordijnen gebracht en min of meer voor de ramen gehangen. Her en der steekt er vitrage onderuit, afhankelijk van wat ter plekke langer is: de gordijnen of de vitrage. We besluiten alle vitrage maar weg te laten.

    Net als we besloten hebben om deze heuglijke dag te vieren (en eigenlijk vooral omdat er niets schoons is in huis) door uit te gaan eten bij “Panda”, komt Gerbert Rieks aanwaaien. Gerbert – in zijn eigen woorden een “klassieke ontwikkelingswerker” – is net terug uit Nederland en nodigt ons uit voor het eten. Gezellig en lekker, met een perfecte afsluiter: een espresso van zelfgebrande bonen!

  • Hoe vinden de kinderen het?

    Omdat we deze vraag van veel mensen krijgen, hier het antwoord dat ik gisteren schreef:

    De kinderen vinden het prachtig, ze genieten volop. We verbazen ons erover hoe gemakkelijk ze de overgang maken. Sterker nog, er lijkt voor de kinderen nauwelijks sprake te zijn van een overgang. Ze kijken hun ogen uit, maar lijken het ‘hier’ helemaal niet te zien als een breuk met het ‘daar’. Het is alsof voor hen het leven gewoon doorgaat maar dan met heel veel nieuwe dingen erbij.

    De veranderingen accepteren ze eigenlijk zonder erbij stil te staan (zoals dat iedereen zwart is en onverstaanbaar, dat onze straat vol zit met potholes, en dat je water uit de kraan niet moet drinken). Over andere dingen verwonderen ze zich volop – zoals vandaag de timmerwerkplaatsjes met doodskisten langs de weg naar KCMC – maar dan zonder ze af te zetten tegen wat ‘normaal’ is. ‘Acceptatie’ komt er dan niet eens aan te pas: de dingen zijn gewoon zoals ze zijn: bijzonder in zichzelf. Heerlijk is dat.

  • Onze eerste Dirt Road Hash

    Iedere twee weken is er een “Kilimanjaro Dirt Road Hash”, een speurtocht te voet in de omstreken van Moshi. De hash van vandaag is de 243e, dus deze traditie zal al zo’n 10 jaar oud zijn.

    De hashes worden gecoördineerd door Greg, een in Tanzania geboren Griek die nadat hij een tijd in Engeland en de VS had gewoond, terugkwam om hier een koffieplantage op te zetten. Naar verluidt brandt Greg ook koffie dus ik kan niet wachten om kennis te maken, maar helaas is hij er vandaag zelf niet bij.

    De hash wordt telkens door iemand anders uitgezet. De ‘haas’ strooit op gezette afstanden meel, en de groep volgt dit spoor. Bij kruispunten (of zoals vandaag midden in de maisvelden)  moet gezocht worden naar het vervolg van de route. Dit gaat volgens een vast maar chaotisch protocol: de zoekers roepen “Are you?”, wie niets vindt roept “Checking!” en degene die het volgende merkteken vindt roept “On-on!”.

    De groep is vandaag zo’n 50 man groot. Een deel rent, de rest wandelt. Ida en Willem lopen mee in de voorhoede van de wandelaars, waar ze aanhaken bij twee co-assistentes uit Utrecht. Doris en Hugo lopen met ons op (Steven en Vicky in rug- resp. draagzak) in de achterhoede bij Ben Hamel en Anne-Marijke Ogier, onze steun en toeverlaat deze eerste dagen.

    De hash gaat door maisvelden en bananenplantages, langs hutjes en huizen, en heeft nog een pittige afdaling en klim bij het dal van de Moshi River. Als we de dichte begroeiing uitkomen hebben we een adembenemend uitzicht op de Kilimanjaro. Het is niet te beschrijven wat een grootsheid deze berg uitstraalt. Hij raakt iedereen.

    Wanneer we terugkomen bij het huis van Maya, de kinderarts die de route deze keer heeft uitgezet, staan er koud bier en hapjes klaar. Over twee weken weer!

  • Foto’s van de reis