Peace Day

Vandaag is het Dag van de Vrede. Die dag valt samen met UWC Day.

Onlangs vertelde een goede vriend me dat ik ook ‘ns iets meer moest vertellen over ons gezin, die in de jaren hier ook groter (en soms al volwassen) geworden zijn. We richten ons makkelijk op het onafzienbare werk, de prestaties en de frustraties. Maar in de tussentijd is ons gezin van 8 ook ouder geworden, en zijn er al 3 kinderen op hun 16e het huis uit, om met steun van United World Colleges Nederland hun school op een UWC elders in de wereld af te maken. Dit jaar hebben we dus 6 tieners in 4 landen. (Er kwam nog een tijdelijk 5e land bij, want Marco was deze maand in Ghana voor een cursus.) Als ik er teveel aan denk, krijg ik hartkloppingen. De net vertrokken Doris stuurde ons onlangs een foto van een kunstwerk in het kasteel, met erop de afstand van haar school naar die van ons. We kregen er tranen van in onze ogen. Maar de onderwijskansen voor onze kinderen zijn een volstrekte zegen, en we voelen ons dan ook enorm dankbaar.

Vandaag is een goed moment om daarbij stil te staan. Hier in Moshi liepen de drie jongste kinderen die nog thuis wonen vanmorgen allemaal in wit en blauw, de vredeskleuren, naar hun school- UWC East Africa. De tienjarige Vicky is dol op organiseren, to-do-lijstjes, pakjes en tasjes. Haar volledig blauw-witte outfit kwam ze gisterenavond (natuurlijk toen ik dacht dat ze al lang in bed lag) al even laten zien, mét pirouette en ‘tadaa!’. Steven van 12 had bij het naar bed gaan al een blauw met witte semi-pyjama aangedaan, zodat hij ‘s morgens in één moeite door naar de ontbijttafel kon wankelen. Hugo doet op zijn 15e natuurlijk zogenaamd niet aan verkleden, daar is hij te cool voor (maar had wel netjes iets donkerblauws voor vandaag uitgekozen). Vanuit Wales kregen we een foto van Doris (16) in de blauw-witte Waterford-trui van mijn zusje, blij dat de lessen eindelijk begonnen zijn op UWC Atlantic College. Willem (18), op UWC Robert Bosch College in Freiburg, geeft ongetwijfeld zijn eigen invulling aan deze dag maar is er zo eentje die soms 20 berichtjes op 1 avond, en dan weer een week niets van zich laat horen. Hij is dol op zijn school en is op dit moment bezig met zijn Extended Essay over de beschrijving van de nieuwe kikkersoort die zijn vriend en hij hier hebben ontdekt. Ida (19) studeert in Utrecht en heeft deze zomer haar vrienden van het UWC in Italië eindelijk weer terug gezien. Na de vroege schoolsluiting (het Noord-Italië van februari 2020 was als eerste in Europa getroffen) hebben de studenten van haar school elkaar en de leraren niet meer gezien. Het zal voor haar altijd een ‘Unvollendete’ blijven, net als voor eindexamenkandidaten van dat jaar overal ter wereld.

Terugkijkend op deze tijd die voor iedereen zo’n uitdaging is geweest kunnen we, kortom, alleen maar heel dankbaar zijn. Dankbaar voor gezondheid, vaccins, geluk, moed, inspiratie, een nieuwe president en voor jullie voortdurende steun via, en in, Fidesco Nederland.

Daarom willen we jullie ook wijzen op de 30e verjaardag van Fidesco in Nederland, die wordt gevierd op zaterdag 2 oktober in Nijmegen: (http://www.fidesco-international.org/nl/fidesco-nederland-30-jaar/). 

Waterloo

Ieders leven heeft missies en zaken die je maar naast je neer legt. Nou zijn wij hier wel als een soort missionairen met als doel opbouwen bioinformatica en neurologie, maar sommige zaken zijn belangrijker om aan te pakken dan andere. De categorie ‘andere’ zit vol met achterstand, ongelijkheid, bijgeloof en bedrog. Het is verstandig om er een paar zaken uit te lichten en de rest met een zucht te accepteren. Er wordt wat afgezucht in dit land.

In het ziekenhuis maak ik me druk om dingen als het klakkeloze antibioticavoorschrijfbeleid, onwetendheid (leidend tot onverschilligheid) bij kraamzusters die niet snappen hoe groot de hersenschade al is bij een stille pasgeborene die ze weer aan het ademen hebben gekregen (kindje maar lekker warm inpakken), de vrouwen die hun gehandicapte kind in hun eentje opvoeden (vader wil niet met ‘mislukking’ geassocieerd wil worden), politieagenten en nonnen die voorrang krijgen op de poli (waar vanaf 6 uur ‘s ochtends 150 man strijdt om ‘n laag volgnummer).

Maar wat me echt laaiend maakt is kwakzalverij. Ik kwam net langs de isolatieafdeling waar de wachtkamer (voor familieleden die dagelijks eten en kleding afgeven) vol lag met deze foldertjes, ondertekend door een ‘professor’. Ik heb ze briesend verzameld, de bezoekers verteld dat het bedrog was, en ze allemaal weggegooid. Mijn collega die net langs liep (categorie: zucht, accepteer) vertelde dat de miniflesjes 25,000 TZS per stuk kosten. Dat is een weekloon. We krijgen patiënten op de poli met intoxicatieverschijnselen door de vele vitaminesupplementen die ze slikken om maar niet ziek te worden.

Zoals mijn Belgische collega neuroloog Olivia, met wie ik dit jaar zo fijn samenwerkte, mooi samenvatte: “Choose your battle”. Niet alles kan, of móet beter door mijn toedoen. Maar sommige veldslagen staan op ‘repeat’. Zucht.

Geen biet

Op dit moment zijn alle zes kinderen die hier zijn opgegroeid tussen de 10 en 18 jaar oud. Twee zijn er al de deur uit en binnenkort wonen deze 6 tieners in 4 verschillende landen. De wereld van de jongsten, zeker wat de laatste anderhalf jaar betreft waarin we vastgezeten hebben in dit land, wordt bezien vanuit Afrika. Daar moet je dan soms op een tienerbestendige manier over kunnen praten.

De middelste dochter is een paar maanden geleden geselecteerd voor mijn oude school Atlantic College in Wales. Ze gaat 30 jaar later ook een prachtige tijd tegemoet https://www.atlanticcollege.org/marieke-dekker. Aan kleine dingen merken we echter dat het dagelijkse leven in Europa nog wel eens wennen kan gaan worden. De ochtenden beginnen hier vroeg (5-6 uur opstaan, half acht begint school). Ik maak dan een pot Kilimanjaro-thee voor die slaperige hoofdjes rondom de tafel, die proberen nog een Donald Duck te lezen, tegen wil en dank een luizenkam door het vogelnest te jagen, of nog een opdracht te mailen omdat er de vorige avond en nacht geen stroom was.
Op dat vroege tijdstip mogen ze de thee ‘versieren’ met melk en ook de Nederlandse suikerklontjes gebruiken die ik op rantsoen heb (suikerklontjes zijn hier niet verkrijgbaar). Daar worden ze goed wakker van en dan heb ik ze op tijd op school. Zo kwam het gesprek op zoiets gewoons als suiker. Voor de kinderen hier komt de suiker van TPC, de enorme suikerrietplantage op de Maasaivlakte ten zuiden van Moshi, en kun je voor 100 shilling een stuk suikerriet kopen langs de weg dat je helemaal leeg kan zuigen. Dat is nou suiker.
Toen de dochter, die deze zomer naar het Noordelijk Halfrond vertrekt, vroeg hoe suikerklontjes gemaakt werden begon ik natuurlijk bij het begin, bij de suikerbiet. En daar ging het al mis. Rollende ogen. “Ma-ham, suiker-RIET, niet BIET. Slaap je nog of zo.”
Dus moest ik het fenomeen suikerbiet uitleggen aan mijn rietsuikerkinders. Een soort tuber die in de klei groeit, en waaruit ook suiker verkregen kan worden. Ze keek me met grote ogen aan. “Mam, echt, what the —- , een SUIKERBIET?” Ik vraag me af wat we verder nog in de Europacursus moeten stoppen voor vertrek!

Darwin

Op weg terug van mijn werk hielp ik vandaag een kameleon oversteken. Dat duurde 20 minuten. Ik bleef erbij staan om het fluorescerend geel-groene diertje in zijn volstrekt inefficiente en trage looppatroon te bekijken (vier generale repetities per stapje: hoe kan dit diertje nog niet uitgestorven zijn), en om verkeer om te leiden. Eventueel verkeer, want in deze oversteektijd was er namelijk geen enkele auto, bromfiets of zelfs voetganger. Het is een van de twee grote aanrijroutes voor het ziekenhuis.

Een preventief advies dat elders zo contra-intuitief klinkt, is in Afrika een oude gewoonte: namelijk dat je bij ziekte het liefst even bij de reguliere gezondheidszorg vandaan blijft.

Dus is het stil in en rond KCMC- nog wel.

IJs

Over een paar dagen vertrekken we naar Europa. In 7.5 jaar tijd is het pas de tweede keer dat we in Europa zijn met het hele gezin uit Moshi. Het is een mogelijk ook een laatste kans om met zijn allen op vakantie te gaan nu de oudste dochter Ida al eindexamen gaat doen in Italië. We hebben diep ademgehaald en geboekt. Drie weken ‘on a shoestring’ met slaapzakken en kruiken mee.

We halen haar op vanuit Italië, met een oude geleende camper waarmee we dwars door Europa gaan om de opa’s en oma’s in Nederland te gaan zien. Het mooie is dat de kinderen op deze manier ook eindelijk wat Europa zullen zien. De landenlijstjes liggen al klaar en ze kunnen er niet over uit dat het Schengenverdrag betekent dat je met onze paspoorten zo maar een gréns over kan steken. Landsgrenzen zijn in Afrika vaak een lang oponthoud met barse gewapende soldaten, fouillering, papierwerk en veel geld schuiven.

Ze zijn opgewonden om te gaan, en de vragen die we krijgen over vliegen, en over de verschillende landen die we doorkruisen zijn ontroerend. Ik richt me vooral op praktische zaken, die gering klinken maar het niet zijn! Want afgezien van Marco en mij heeft maar 1 van de kinderen hier leren schoenen, de anderen alleen maar slippers en gympies. Niemand heeft winterjassen, maar inmiddels hebben we die uit allerlei hoeken kunnen lenen. Steven draagt een jas van mij met een van zijn eigen fleecejasjes erin genaaid. Willem moet er nog ergens eentje gaan lenen, bedenk ik me nu ik dit schrijf.

De kleintjes weten niet zo veel van de Europese weersomstandigheden, want ze waren 1 en 2 jaar oud bij vertrek naar Afrika. Vicky, de jongste, toont haar legendarische koppigheid door een tas vol te pakken met T-shirtjes, rokjes, shorts en slippers. O ja, zwempak en pet. Met over elkaar geslagen armen stond ze te luisteren naar Doris en mij, onvermurwbaar voor onze argumenten dat het daar echt koud is. Hun idool Ida werd op afstand ook ingeschakeld om haar te overreden: ik kreeg vandaag een videootje waarin Ida een demo doet winterjas aantrekken en ijsmuts opzetten

Steven sloeg echter alles, ik moest oppassen dat ik me niet op zijn stapel kleren stortte van het lachen. En hij was nog wel zo blij met zijn vondst.

Steven, je moet wel lange broeken inpakken, hoor.”

Maar mam, die heb ik helemaal niet!”

Jazeker heb je die, kijk: twee stapels!” (lange broeken van zijn 3 oudere broers, nooit door hem gedragen).

Maar die kan ik helemaal niet aan, die zijn veel te zwaar. Dan val ik om, hoor!”

Nee joh, dat is gewoon een spijkerbroek. Die heb ik toch ook wel eens aan? Ik val ook niet om.”

Steven denkt na en zegt: “Oké, wat als ik nu dikke korte broeken inpak?”

Tegen de stroom in

Dr Asha vertelt Dr Marieke hoe het echt hoort

Ik schrijf dit vanuit een niet-bestaand land ver weg van huis, dat veel echt-bestaande problemen kent. In de Hoorn van Afrika is al meer dan een halve eeuw oorlog, en hebben verschillende regio’s zich autonoom verklaard. De meeste hiervan worden niet internationaal erkend en gezien als risicogebieden op velerlei vlak. Somaliland is een van deze gebieden. Er lopen aan qat verslaafde geiten los op straat, die naar uitgespuugde schillen zoeken. De auto’s zien eruit alsof ze stuk voor stuk beschoten zijn. Hargeisa, de stad waar we zijn, is echter nog maar een paar decennia geleden met de grond gelijk gemaakt in Somalische lucht- en grondaanvallen en deze oorlog is nog altijd niet afgelopen. Iedereen die we spreken kan zijn eigen verhaal vertellen in het kader van de oorlog en de diaspora. De oorlog en uitblijvende officiele erkenning van het land maakt ook de gezondheidszorg er nog wankeler dan anders. Met ‘dan anders’ bedoel ik de gezondheidszorg in de andere laaginkomenslanden van het Afrika onder de Sahara. Een goed voorbeeld is de wereldwijde beschikbaarheid van gratis HIV-testen, die echter alleen voorbehouden is aan officieel erkende naties. Dit miljoenen inwoners kennende gebied moet het dus zonder doen.

Marjolein geeft les over het neurologisch onderzoek

Somaliland is een van oorsprong sterkere regio dan het omringende Somalië. In de hoofdstad Hargeisa geven we nu les in Edna Adan Hospital en -University. Dit is een wereldberoemd ziekenhuis gebouwd voor en door vrouwen met FGM (female genital mutilation). Van de afdeling gynaecologie en verloskunde in dit ziekenhuis is 97% van de vrouwen, dus eigenlijk iedereen, besneden. Dit geeft aanleiding tot gecompliceerde bevallingen en hogere kansen op perinatale asfyxie. Het ziekenhuis heeft een zeer goede reputatie op het gebied van maternale zorg en stevent momenteel op het tweede jaar af met nul maternale sterfte. Dat is een ongelooflijke prestatie in deze moeilijke omstandigheden, en als verwijsziekenhuis waar de meest gecompliceerde patiënten naartoe worden gebracht.

Vingertopneusproef

Marjolein de Bruin is de Haagse AIOS neurologie die dit jaar in KCMC haar tropische neurologiestage heeft gedaan. Asha Osman is een goede Somalilandse arts die we hebben opgeleid in KCMC (de Somalische diaspora vond ook plaats in Afrika zelf). Met mijzelf zijn we het eerste neurologieteam die in dit ziekenhuis komt, ten tijde van een surgery camp waar veel neurochirurgische patienten komen. Neurologie is in veel delen van de wereld nog een gestigmatiseerde en ondergewaardeerde discipline. Dit wordt des te duidelijker in een samenleving waar kinderen nóg meer risico hebben op zuurstofgebrek rond de geboorte dan ‘normaal’ gesproken in sub-Sahara Afrika. We waren al langer van plan naar dit ziekenhuis te gaan, maar het is een lange en lastige reis. Dankzij Marjoleins Nederlandse netwerk dat ons initiatief onmiddellijk steunde, hebben we de reis nu daadwerkelijk kunnen maken. Dit stukje is speciaal voor hen!

Het balkonnetje hoort bij de kamer van Edna

De dagelijkse neurologiepoli kan aan KCMC tippen in uiteenlopende en ernstige ziektebeelden. Doordat we goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden in een laaginkomensland hebben we een aantal patienten goed kunnen helpen. Lokale artsen en geneeskundestudenten hebben we het neurologisch onderzoek geleerd. Het was een drukke dag en het woestijnklimaat eist ook zijn tol. De moskees die massaal en om 03:40 ‘s ochtends al hun eerste gebed verkondigen verkorten de nachtrust. Hier geen stroomstoringen zoals in Tanzania, die soms heerlijk roet in het eten gooien. Onze oren moeten nog wat wennen aan dit decibelfestijn. Dit alles verbleekt bij het plezier om de dame te leren kennen naar wie dit ziekenhuis genoemd is. We vinden het een grote eer om hier een week te mogen werken en verzinnen nu al hoe we terug kunnen komen om het neurologieonderwijs en neurologische zorg kunnen ondersteunen.

Edna, Asha en Marieke

Edna is inmiddels 82 jaar oud en heeft een indrukwekkende carrière achter de rug als minister van buitenlandse zaken van haar land. Het land is nog steeds niet erkend, maar met haar Somalilandse paspoort komt zij al jaren overal: Niemand zegt nee tegen deze ongelooflijke dame. Ze was de eerste verpleegkundige en verloskundige van Somaliland, de eerste vrouw met een rijbewijs en ga zo maar door. Ze kwam uit een vooruitstrevend gezin dat helaas niet kon voorkomen dat zij in de jaren veertig op jonge leeftijd ook besneden werd. Met haar politieke loopbaan, eigen ziekenhuis en medische opleidingen sublimeert ze dit trauma op een constructieve manier. Ze heeft Somaliland al meer dan 1000 vroedvrouwen bezorgd voor wie ze periodieke nascholing blijft verzorgen. Zij strijdt voor de gezondheid van moeder en kind, en indirect ook voor die van haar land. Overal wordt ze gezien als de voortrekker van de rechten van de vrouw in dit deel van het continent. De manier waarop zij dat doet is echter verstandig. Ze uit zich niet radicaal tegen haar eigen cultuur, maar werkt op een positieve manier aan de verbetering van hun gezondheid, en verwerft daardoor ook getallen uit eerste hand. Ze zegt daarover: “Je kunt alle omaatjes van Somaliland wel in de gevangenis gooien omdat besnijdenis een illegale activiteit is, maar dan moeten de terroristen die gevangenis uit om plaats te maken voor ze. Schiet je daar nou iets mee op?” Daarmee heeft ze zowel op wetenschappelijk als ook humanitair vlak enorm veel respect verkregen. Door de gezondheidszorg in haar land te verbeteren komt er automatisch de nodige aandacht voor FGM. De wanden van het ziekenhuis hangen vol met foto’s van ontmoetingen met hoogwaardigheidsbekleders vanuit de hele wereld. Daarentegen leeft ze heel eenvoudig in een paar kamers van het ziekenhuis, staat de eettafel van de bezoekende artsen in haar woonkamertje en eten we alle maaltijden met haar aan het hoofd van de tafel.

Marieke oefent op Marjolein, geneeskundestudenten zijn erna aan de beurt

Ik vind haar manier van werken vergelijkbaar met die van Dr Holmes Morton, de kinderarts die recht vanuit Harvard verkoos om de rest van zijn leven te wijden aan de gezondheidsaandoeningen onder de sektarische Amish en Mennonieten in Pennsylvania in de Verenigde Staten. Daar wordt veel onderling getrouwd, hetgeen tot veel genetische aandoeningen heeft geleid. Als geneeskundestudent bracht ik een aantal maanden met hem door en deze periode inspireert me tot de dag van vandaag. Hij kreeg ook te horen dat het toch zinloos was wat hij ging doen: zou zijn hulp de mate van bloedverwantschap binnen deze groepen niet alleen maar stimuleren als hij die aandoeningen goed zou behandelen? Moest hij niet gewoon weigeren en een hard afwijzend oordeel vormen over deze ongezonde praktijken? Desondanks heeft hij zich met zijn jonge gezin in het gebied gevestigd en is op eigen kosten een kliniek gaan bouwen, geholpen door de Amish- en Mennonietengemeenschap. Dr Holmes Morton ging onlangs met pensioen als de arts die hele generaties jonge kinderen het leven gered heeft, en bovendien meer weet van bepaalde stofwisselingsziekten dan wie ook ter wereld. Door te blijven doen wat hij besloot te doen, en deze kwetsbare bevolkingsgroep te helpen. Voor Edna geldt dat ook, ze had ook een keihard oordeel kunnen hebben en haar land de rug toe kunnen keren. Door dat niet te doen is ze nu een van de meest gerespecteerde personen in dit moeilijke land.

Fundoscopie

Nog 217 dagen

We vieren toch al een beetje Kerst! Na weken stromende regen, geen electriciteit en ironisch gezien een watertoevoerprobleem dat ook nog maar net opgelost is, hangt het huis vol met was van ons grote gezin. Om dan ook nog eens al het beddengoed te wassen kon er niet bij. Tot die ene zonnige dag vandaag! Een hele tuin vol met beddengoed! Vieren we toch al een beetje Kerst.

Carl

Met zo veel stroomstoringen word je gedwongen, weliswaar tandenknarsend door de frustratie van lege apparaten, ontdooiende vriezers en zich ophopende wasbalen, om soms gewoon eens na te denken. Zonder licht, geluid of andere afleiding. Temeer omdat met het uitvallen van licht we allemaal kippen worden: bij zonsondergang beginnen we te geeuwen, worden we stiller en slomer en gaan we maar gewoon vroeg naar bed in de hoop dat er bij zonsopgang weer stroom is. Nu is dat de laatste tijd een illusie. De regens zijn begonnen en de meeste stroomstoringen zijn gewoon omdat er ergens een tak of een hele boom op een draad ligt. En voordat die eraf gelicht wordt, is er dus geen stroom. Vandaag was het moment gekomen dat het bij ons huis zo vaak voorkwam dat Marco een bundel klimtouw over de scheve electriciteitspaal achter het huis geslingerd heeft en daar gewoon aan is gaan hangen zodat de paal iets rechter kwam te staan. En waarempel! Het licht ging weer aan. Geen idee hoe dat nou werkte, maar het werkte. Voor zolang het duurt tenminste.

Tijdens het nadenken heb ik dus deze blog maar gewoon geschreven- in een schoolschriftje bij kaarslicht. En dan bij stroom en internet digitaal. Vorige maand was namelijk een achtbaan van gebeurtenissen die ik nog niet eens opgeschreven had. Ik was een week in Nederland voor mijn nascholing en kreeg de gelegenheid, dankzij Sandra Bossmann, een geweldige verpleegkundige die ik al sinds mijn neurologieopleiding ken, een lezing te houden voor Fidesco. Wederom, op zijn Afrikaans, was dat een last minute aankondiging omdat we pas laat wisten of er een ruimte beschikbaar zou zijn. Dankzij Sandra, Hilde en Jan Willem van de Stichting Fidesco is het allemaal nog tijdig gelukt. Ik kwam niet zo goed uit mijn woorden van ontroering toen ik zag wie er allemaal waren gekomen, dus bij deze een zeer gemeend en ontroerd DANKJEWEL voor iedereen.

Onze (schoon)familie, vrienden, sponsoren die soms al vanaf het eerste uur doneren, en collega’s. Om dat te illustreren toen ik de zaal rond keek: ik zag de neuroloog bij wie ik tijdens de geneeskunde-opleiding mijn co-schappen gedaan heb in Zeeland; de neuroloog die me fundoscopie heeft geleerd (een heel belangrijke vaardigheid als je iemand beoordeelt die nooit een hersenscan zal kunnen betalen) en de neurologen die me tot op de dag van vandaag steunen in mijn werk. Door bijvoorbeeld een toekomstige Tanzaniaanse neuroloog drie maanden op te leiden in neurofysiologie en mijn vlucht en congres te sponsoren, of gewoon door te komen op een drukke dag in het ziekenhuis wel even belangstelling te tonen. Dank jullie wel.

Terwijl ik dit schrijf moet er nog wat zorg geleverd worden want Carl heeft honger. Willems klasgenoten vonden een baby-egeltje op het schoolterrein, en moeder lag iets verderop- dood. Omdat wij het dichtst bij school woonden en Willem al allerlei dieren naar huis heeft meegenomen kon een egel er ook nog wel bij. Inclusief het voedingsschema (elke twee uur met een pipetje). Raad ‘ns wie zaklamp-nachtdienst had!