Eerste schooldag

Nu begint het echt! We hebben zojuist de vier oudste kinderen naar hun klaslokalen op ISM gebracht.

Ida zit in P6 (P = primary) bij Mr. Scott, een leuke jonge ‘echte’ Brit bij wie Ida het vermoedelijk erg goed naar haar zin zal hebben. Willem zit in P4 en Doris in P3, beide bij Miss Jann (de klassen beslaan steeds twee schooljaren: P1/P2, P3/P4, P5/6). Jann is geboren in Zimbabwe, en is al meer dan dertig jaar juf in allerlei landen. We ontmoetten haar bij de laatste hash en mochten haar onmiddellijk, een heerlijk mens. Ze stelde Willem en Doris meteen op hun gemak. Hugo zit in P1 bij Miss Nina, de moeder van Frazer. Frazer zit bij Willem in de klas en woont verderop in de straat. Zijn zus Annie is van Ida’s leeftijd, en de kinderen zijn al een paar keer bij elkaar wezen spelen. Steven en Vicky blijven thuis bij Mama Halima.

Ook al is niet alles nieuw, toch is het een hele grote stap: een nieuwe school, een nieuwe klas en ineens ook alles in het Engels. Vreemd te bedenken dat Hugo niet in het Nederlands maar vanaf het begin in het Engels zal leren lezen en schrijven.

Als we over de prachtige ISM-campus naar de hoofduitgang lopen feliciteren Marieke en ik elkaar met Marek die vandaag 17 wordt. We vinden het jammer dat hij vandaag niet hier ook begint. We hadden hem graag in D1 zien instromen, het eerste jaar van de tweejarige IB-opleiding die gelijk staat aan 5- en 6 VWO. Dit uitdagende internationale klimaat zou geknipt voor hem zijn geweest, maar natuurlijk gaat ‘ie het ook geweldig doen op het Jordan in Zeist, zijn huidige school! Alas, ik ga Marek straks maar eens uit zijn bed bellen; ik gok dat ik daar nog tot na de middag de tijd voor heb 🙂

Bij de hoofduitgang van de campus, als we Lema Road oversteken om naar ons werk te gaan, bevestigt Mt. Kibo (de hoogste Kilimanjaro-top die boven Moshi uittorent; sneeuwwit, tegen een strakblauwe hemel) nog maar eens dat dit de plek is waar we moeten zijn. We wisselen een grote grijns uit. Voor ons begint het werk hier nu ook echt. Ik spring op de fiets naar KCRI, en Marieke rent naar KCMC.

Naar Mama Halima’s dorp

Vandaag overleed Mama Halima’s vader. Ik heb Mama Halima en drie van haar kinderen naar haar dorpje gereden. De tocht was korter dan de twee uur die zij verwachtte, en ging vooral over verharde wegen, maar het laatste stuk was een vuurdoop voor de Land Rover — en mijn off-roading skills.

Terugrijdend over de rode stofwegen, groeten uitwisselend met mensen aan het werk in de velden, bekroop me het gevoel dat veel Afrikagangers lijken te herkennen. Iets gelukzaligs, vriendelijks, een gevoel van thuis-zijn.

Toen ik het hier later met Marieke over had, zei zij: het is hier mooi, hard maar mooi. Afrika heeft inderdaad een hard soort schoonheid. Een schoonheid die op het eerste gezicht in contrast staat met de hardheid van het bestaan, en daarom een zekere gêne geeft als je ervan geniet. Maar is het bestaan in Nederland niet op zijn manier veel harder?

Het begin van de tuin

Ons huis staat staat midden op een grote lap grond die voordat we hier kwamen wonen helemaal is kaal gemaakt. Het geeft ons terrein een wat troosteloze aanblik. Gezien de omvang van het terrein (65x75m) zagen we ons al twee jaar op een grotendeels barre vlakte wonen. Maar na 1 dag werk door Sebastian, een tuinman van KCMC, hebben we goede hoop dat we al vrij snel iets toonbaars zullen hebben.

Ik ben met Sebastian naar een andere tuin geweest die hij verzorgt en daar hebben we de planten uitgekozen die we hier willen neerzetten. Hij heeft delen van de planten uitgegraven – het is hier zo ‘lush’ dat je daar weinig van ziet en bovendien groeit het zo weer aan – die we hebben verzameld meegenomen naar ons huis.

De nieuwe aanplant, ook als is het nog niet veel, geeft het huis al een heel andere indruk.

 

Foto’s van de reis