Twee jaar geleden besloten we om een jonge grootmoeder, die voor haar kleindochter met een ernstige hersenbeschadiging zorgde, maandelijks te steunen met een bedrag. Haar zoon en schoondochter wilden na de gecompliceerde bevalling het kind niet opvoeden toen bleek dat de baby zich niet normaal ontwikkelde. Keer op keer werd Queenie, nu 2½ jaar oud, opgenomen in ons ziekenhuis met een aspiratiepneumonie omdat ze zich weer had verslikt. En keer op keer kwam oma haar brengen terwijl ze zich die opname eigenlijk helemaal niet kon veroorloven.
Bibi Queenie (51 jaar) en haar peuter
Toen een verpleegkundige had gezien dat de oma van Queenie alleen maar water door de neusmaagsonde van het kind kon geven omdat ze geen geld meer had voor pap, meldde ze het tijdens de visite. Ik ben dat nooit meer vergeten, en toen we besloten om naast ons werk in het ziekenhuis een individu te steunen met een maandelijks bedrag was de keuze makkelijk gemaakt. Aanvankelijk betaalden we met M-PESA, de Afrikaanse manier om geld telefonisch over te maken. Maar toen bleek dat het andere kind van Bibi Queenie dat geld elke maand achterover drukte en haar moeder wijsmaakte dat het helemaal niet was betaald, zochten we haar met elke fysio- of ergotherapiesessie in het ziekenhuis op, en betaalden haar contant.
Queenie is nu een peuter, ze is spastisch, nagenoeg blind en heeft epilepsie. Maar ze heeft een oma die van haar houdt, die nu wel genoeg geld heeft om haar redelijk te eten te geven- en sinds ons eerste bericht over dit indrukwekkende gezinnetje heeft Queenie ‘maar’ twee ziekenhuisopnames gehad.
Verwijzend naar Hugo’s geniale zelfverzonnen scheldwoord van 2 jaar geleden, staat de laatste weken weer alles in het teken van de haperende electriciteitsvoorziening in Tanzania. Ik moest de afgelopen 3 weken naar Nederland voor nascholingscursussen, en daar viel de stroom een aantal uur uit in de Randstad. Voorpaginanieuws, en het gesprek van de dag op de cursus waar ik op dat moment was. Waarbij ik na een aantal seconden al besmuikt te horen kreeg: O ja, dat zal bij jullie wel vaker voorkomen.”
Nou en of! Meer dan 80% van Tanzania is niet aangesloten op het electriciteitsnet. Wij gelukkig wel, maar… dit zijn de statistieken van de afgelopen weken. Marco heeft het met enige beroepsdeformatie netjes bijgehouden. Je moet toch wat met je ergernis en frustratie als de stroom uiteindelijk 12 keer per dag, dagen achtereen, uitvalt. Als er al stroom is! Op de server die hij op zijn onderzoeksafdeling onderhoudt was af te lezen dat er in Moshi ussen 22 jan 2013 (begin registratie) en vandaag 3144 onderbrekingen zijn geregistreerd. Dat zijn gemiddeld 4 onderbrekingen per dag.
Zorgwekkende stijging, maar het cijfer voor 2015 is wel sterk bepaald door de maand maart. Tot vandaag zijn er in maart 211 onderbrekingen geweest, ofwel 12 per dag.
Grafiekje van de geograaf:
Ik kwam gisterenavond terug in Tanzania, en het was heerlijk om iedereen weer te zien! Voor iedereen had ik wel wat leuks en lekkers. Maar naast die lekkernijen ook 17 vaccins die ik gekoeld meegenomen had. Het zijn gewone RIVM consultatiebureau-vaccins en een herhaling van de reisvaccins nu we er bijna 3 jaar wonen. De vaccins hier komen niet helemaal overeen met wat er in Nederland verkrijgbaar is, en bovendien blijkt veel medicatie hier nep, ‘counterfeit medicine’ noemen ze dat. Wel hebben we onze oudste meiden maar gewoon mee laten vaccineren toen er op school vanuit de regering tegen HPV gevaccineerd werd (dat gebeurt in Tanzania al langer dan in Nederland), al had ik zo wel mijn twijfels over de koudeketen vanaf het Ministerie in Dar-es-Salaam. Ik heb me daar toch maar overheen gezet, vertrouwen is ook een kunst. Maar vanmorgen werd het ‘Pakjesavond’gevoel meteen een beetje getemperd: geen stroom, een opwarmende koelkast en buiten -ondanks de regen- nog 25 graden Celsius. Metéén vaccineren dus! En dat hebben we maar gedaan, allemaal giebelend op een rijtje bij de eettafel. Mama prikzuster, Doris plakte de pleisters, en Vicky mocht bij Ida op schoot toen het haar beurt was. En omdat ze allemaal in hetzelfde schuitje zaten was het allemaal zo voorbij, zeker met een dikke dropveter als beloning. Hugo mocht nog wel even heel hard ‘Powercutters!’ roepen, want hij had het bikkel-record met 4 vaccinaties in 1 keer. De stroom is overigens nog steeds niet helemaal terug behalve onvoorspelbare stukjes verlossend licht van ongeveer ‘n kwartier. Ik typ dit nu koppig door in het donker en probeer het zo via mijn telefoon op de website te krijgen.
In plaats van 2 neurologen had KCMC er de afgelopen maand maar liefst 6! We kregen versterking uit de Verenigde Staten en uit Nederland. Dat was een mooie gelegenheid om een training oogspiegelen (fundoscopie) te geven. Omdat de oogzenuw in directe verbinding staat met het brein, kan een eventuele verhoogde hersendruk gezien worden bij de intredeplaats van de oogzenuw in het netvlies. Daarvoor moet je met een sterke lichtbundel door de pupil heen op de achterkant van het oog schijnen. Dat is een techniek die lastig kan zijn, zelfs in de meest medewerkzame patient. Bovendien moet je weten wat je ziet: is het afwijkend, of is het nog normaal? In de Westerse wereld kan vaak even een CT hersenen gemaakt worden als je twijfelt over je fundoscopiebevindingen. Bij een verhoogde hersendruk is het namelijk gevaarlijk om een ruggenprik te doen. De verhoogde druk kan bij vochtafname uit de onderrug betekenen dat de hersenen inklemmen en de patient eraan overlijdt. Een scan kan je duidelijkheid geven over ruimte-innemende processen en zwelling. In dit land is er een hoge infectiedruk met veel hersen(vlies)ontstekingen, maar KCMC heeft bijvoorbeeld al heel lang geen CT-scanner. Daarom moeten de internisten en kinderartsen noodgedwongen leren oogspiegelen. Omdat er maar 3 oogspiegels in het ziekenhuis zijn behalve die van mijn Ierse collega, onze neurologietrainee en mij, kwamen die extra 4 collega’s met hun fundoscopen goed van pas. De favoriete oogspiegel bij de residents blijft onze PanOptic, vorig jaar gedoneerd door Welch Allyn Nederland voor het Tanzaniaanse neurologie-onderwijs. Maar de 25 jaar oude afdelingsoogspiegel die nog in het stopcontact moet (als er stroom is…) doet het ook heel aardig. De ‘ooh’s en ‘aah’s als de eerstejaars voor het eerst die oogzenuw gespot hadden waren onze beloning.
Zoals je ziet aan het “bijsturen” van een AIOS door collega Howlett was dit letterlijk “hands-on training”!
Vandaag hebben de neurologen van de East-African College of Neurology hun derde vergadering. De enige neuroloog van buurland Rwanda had de bus vanuit de hoofdstad Kigali moeten nemen maar kreeg malaria… dus helaas is Rwanda vandaag niet vertegenwoordigd. Dat is best jammer, omdat Burundi en Rwanda een lange geschiedenis van ethnische conflicten delen, en het samenwerken van deze 2 landen zo’n positieve ontwikkeling is. Maar verder is er een mooie afvaardiging. Vanuit Tanzania zijn William Howlett, onze trainee Sarah en ik gekomen. Dat betekent overigens dat mijn Nederlandse collega Susanne de Bot, die deze 2 weken met me meeliep, achtergebleven is als enige neuroloog van Tanzania (48 miljoen inwoners!) en vandaag meegeholpen heeft op de poli in KCMC, patienten mee onderzoeken, EEG’s aanvragen, lesgeven. Stoer verhaal als ze straks terug is in haar Boxmeerse neurologiemaatschap!
Dr Barasukana uit Burundi en Prof Jowi uit KeniaBij het meer van Tanganyika- in de regen
We leggen de laatste hand aan de verenigingsstatuten en het curriculum. Inmiddels zijn we een bevriende en actieve groep neurologen geworden die om de beurt een vergadering in het eigen land hebben georganiseerd. Zo zijn we nu in Burundi, waar collega Patrice ons gisteren na een halsbrekende reis met een extra tussenlanding in Rwanda (nu weet ik echt wat turbulentie is) ophaalde van het vliegveld.
Nadat ik er 1,5 uur voor het loketje van Immigration had gewacht om mijn paspoort met visum terug te krijgen, bleek dat uitgerekend bij mijn registratie de visumprinter kapot was gegaan. Omdat gastheer Patrice in dit kleine land een bekende dokter is, heeft hij met de douane afgesproken dat ik als illegale vreemdeling zonder paspoort en visum weg kon gaan, en ik later mijn spullen kon komen ophalen. Wat een manier om het land in te komen! Inmiddels heb ik mijn dierbare identiteitsbewijs netjes terug.
Burundi is adembenemend, met de hoofdstad aan het meer van Tanganyika met witte zandstranden (en… verse vis. Iets waar we in ons land-locked Moshi naar snakken). Het krabbelt dapper op vanuit de stamtwisten die tientallen jaren geduurd hebben. Als Tanzania arm is, dan is Burundi echt arm. In de hoofdstad zie je bijvoorbeeld veel mensen op blote voeten en lompen lopen, terwijl er in ‘ons land’ meestal nog wel slippers vanaf kunnen. Vanwege zijn koloniale Belgische verleden is Burundi Franstalig, naast de lokale taal Kirundi die als buur van Tanzania veel Swahili-elementen heeft. De eerste naam die in me opkwam toen ik bij mezelf naging waarom Burundi zo melancholiek overkwam is: Kuifje! Maar dan helaas ook nog in de tijd van Kuifje. Dat betekent tientallen jaren terug in de tijd. En inderdaad was tekenaar Hergé een Walloniër.
Ik ben bang voor slangen. Maar sinds de grote visite van vrijdag is mijn naam Dr. Slangenspecialist.
Tijdens de visite kwam een aantal interessante casus voorbij, waaronder de CT scan van een jongetje met een ongeopereerde Tetralogie van Fallot, een zeldzame hartafwijking, die helaas een hersenstaminfarct had gekregen. Deze kinderen zijn vaak ten dode opgeschreven omdat de operatie duur is, en je ervoor naar India moet. Daarvoor is een lange wachtlijst en als je, zoals zijn alleenstaande jonge moeder, geen geld hebt om het proces te versnellen, overlijdt de patiënt vaak voordat de aanvraag in behandeling wordt genomen op het Ministerie. De arts op de foto is Marissa, laatstejaars AIOS neurologie uit Oregon die deze maand meeloopt. Hiervoor was ze drie jaar op Harvard neurochirurg in opleiding, maar ze vond het “teveel een mannenvak”, dus koos ze voor de neurologie(!). Ze zit nu in de laatste maanden van haar opleiding en gaat zich richten op epilepsie. En daaraan geen gebrek in de patiëntenpopulatie van KCMC.
Toen we bij het op-een-na-laatste bed van de Acute Kindergeneeskunde aan kwamen, was er opeens consternatie vanwege de slang die onder Bed 9 vandaan kwam kronkelen! Een kleintje van niet meer dan 20 cm, maar wél eentje die zich oprichtte en zijn kap opblies: een cobra. Waar kindje slang is, moet moeder slang ook in de buurt zijn, dus de zusters waren in alle staten. Meteen werd er beschuldigend naar de vader en zoon op Bed 9 gekeken, want zij waren Maasai. Recht van de steppe en het dichtst bij de cobra, dus misschien was die wel uit hun bagage gekropen, of met opzet … Ze ontkenden in alle toonaarden en wezen erop dat ze 2 dagen onderweg geweest waren voordat ze Moshi bereikten. Een voorbeeld in een notendop van hoe de Maasai als stam gediscrimineerd kan worden.
In de tussentijd stonden we in het halfduister (geen stroom) te staren naar het cobraatje. Amos, de lange AIOS kindergeneeskunde uit Malawi, en Lenny, zijn potige collega, stonden naast me in hun glimmend gepoetste schoenen en deden niets. Toen ik een beroep deed op hun stoeremannenstatus en vroeg of ze hem niet gewoon konden doden, wilden ze liever de askari (bewaker) laten halen. “Nou, dan doe ik het wel!” Voordat ik besefte dat ik een reptielencomplex had stampte ik ‘t arme koudbloedige kindcobraatje dood. Nu had ik wel een lange broek en hoge schoenen met sokken aan, maar achteraf kreeg ik toch wel de rillingen.
Toen ik ‘s middags terugkwam op de kinderafdeling kreeg ik mijn eretitel toegeroepen! Maar ik blijf bang voor slangen.
Kerstmis is een groot feest in Tanzania. Het Kindje Jezus in de kerststalletjes van KCMC (zie ook de kerststallenwedstrijd van vorig jaar) is meestal een oud babypopje. Hiernaast en -onder de bijdrage van de kinderchirurgie en eerste hulp: zoek het kind!
Op de kinderafdeling kreeg de geelharige babypop onder gejoel van de zusters een zwarte kleurspoeling met schoensmeer, en werden de wenkbrauwen zwart aangezet met een viltstift.
The ‘new kid on the block’ is de net geopende Spinal Cord Unit, de dwarslaesie-unit (hiernaast) waar de ingang naar de mannenzaal mooi versierd is. Misschien komt er volgend jaar dan wel een geëmancipeerd popje in een rolstoel, opperde ik toen ik er visite liep. Nou, dat kon echt niet volgens de verpleegsters! Ik verwachtte al religieuze en ethische argumenten , dus als cultureel onaangepaste buitenlandse dokter zette ik mijn gezicht al op de ‘mea culpa’ stand. Maar nee, de reden was het KCMC-reglement voor de kerststallenwedstrijd! Kindje Jezus moet namelijk wel in een bed liggen …
Kerst kost een gemiddeld gezin in Tanzania ieder jaar veel geld. Een pijnlijk gevolg hiervan is een stijging van het aantal diefstallen en overvallen in december.
Net als overal ter wereld blijven mensen met Kerst als familie graag gezellig bij elkaar. In het ziekenhuis zien we een nog veel triester gevolg van de Kerstperiode. Veel bedden blijven leeg omdat er geen geld overschiet voor de ziekenhuisopname, en natuurlijk ook omdat mensen met Kerst natuurlijk niet graag in het ziekenhuis opgenomen liggen. Op de verder rustige afdelingen betekent dat een oververtegenwoordiging van de heel ernstig – vaak neurologisch – zieke patiënten die dagen te laat naar het ziekenhuis gebracht werden. Onder hen een jongen met rabiës die als een furie zijn eigen moeder gebeten heeft. Beiden liggen in isolatie. Hen wacht een pijnlijke, beangstigende dood. De overleving voor hondsdolheid, een limbische encephalitis (virale hersenontsteking) is nul, er blijft alleen palliatieve zorg over als behandelmogelijkheid.
En Rosediana, 11 jaar oud. Ze werd comateus binnengebracht met hoge koorts en epileptische aanvallen. Ze was al een week ziek maar werd pas na Kerst naar een ziekenhuis gebracht. Terugkijkend was ze in dat ziekenhuis behandeld voor een bacteriële meningitis met maar een kwart van de dosering ceftriaxon die ze nodig had. De familie kon namelijk maar een paar dagen behandelingsduur betalen, en er is toen besloten de antibiotica lager te doseren om het ‘uit te smeren’ over de rest van de week. Ik deed net fundoscopie met de AIOS kindergeneeskunde om haar het vergevorderd papil-oedeem en retina-afwijkingen te laten zien, toen ze stopte met ademen. Reanimatie was zonder succes en het meisje is onder onze handen gestorven.
Mt Kilimanjaro (5895m) vanuit Moshi. Foto: Aat van der Wel
In Moshi wordt het steeds warmer met bijna dagelijks wel een tijdelijk verfrissende bui. Maar zoals mijn collega (met 20 jaar ervaring in de zorg voor onfortuinlijke bergsporters) het zo mooi zwartgallig kan formuleren: beneden regen, dan boven een hel. En zo zagen we vorige week een Kilimanjaro die tot net boven de boomgrens wit was. Naast onze tetanuspatient op de IC liggen momenteel twee Franse klimmers – de top wel gehaald, maar daarna onderuit gegaan met longoedeem en onderkoeling. Een van onze vrienden die toen net onder de top was (Gillman’s Point) maakte in een horizontale sneeuwstorm de wijze beslissing om naar beneden te gaan- met zwarte lippen en blauwe vingers. Ze is goed hersteld, inmiddels weer in Nederland en deze beslissing heeft misschien wel haar leven gered. De top halen is tenslotte ook maar relatief als je op vijfenhalfduizend meter besluit dat het welletjes is.
Al tientallen jaren werken onze huidige werkplekken, Kilimanjaro Christian Medical Centre en Kilimanjaro Clinical Research Institute, samen met het Radboud in Nijmegen. Ook buiten dit samenwerkingsverband om zijn er opvallend veel stadsgenoten in Moshi neergestreken, zoals Merijn, de leraar Nederlands en Mieke, een huisarts die nog onderzoek heeft gedaan op de afdeling Neurologie van het Radboud. Hebben Nijmegenaren gewoon een goede smaak? 😉
Groepsfoto onder de Nederlandse en Nijmeegse (Vierdaagse-) vlag
Het samenwerkingsverband heeft voor veel Tanzaniaanse dokters en onderzoekers een stage of promotieonderzoek mogelijk gemaakt in het Radboud. Omgekeerd zijn er regelmatig Nijmeegse specialisten en co-assistenten in Moshi om te leren, les te geven en op te leiden. Samen met Ben Hamel (emeritus hoogleraar uit het Radboud en voorheen Director of Postgraduate Studies hier in KCMU College) en zijn vrouw Anne-Marijke organiseerden we vorige week een “Nijmegen-borrel” waar we al deze mensen uitnodigden: van co-assistent tot hoogleraar. Op zijn Tanzaniaans kwamen bepaalde dokters na een enthousiaste RSVP niet of heel laat opdagen, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Het was ongedwongen gezellig en werd zeer gewaardeerd door onze collega’s. We willen het volgend jaar weer doen! Een goede aanleiding om te gaan knokken voor een vierde jaar Tanzania, toch? Helpen jullie ons weer mee?
Werken als de Legodokter. Zowel letterlijk als figuurlijk, bedacht ik me net. Vandaag was Evelyne bij me aangesloten (ja, die van Boer Zoekt Vrouw: met Boer Wim woont ze ‘om de hoek’ in West Kilimanjaro, en Evelyne werkte hiervoor op de Spoedeisende Hulp van een Nederlands ziekenhuis). We hebben gewapend met een stapel Lego-bouwpakketten visite gelopen en de kamers afgestruind op zoek naar de wat oudere kinderen. David, de dakbeklimmende Deense ingenieur, had van de Deense Legofabriek een berg bouwdozen meegekregen. Omdat hij tijdens zijn verblijf ‘meer kapotte machines zag’ dan patienten had hij ze maar aan mij gegeven. Dat is natuurlijk prachtspeelgoed voor kinderen met milde motorische en cognitieve problemen, maar ook voor die arme zielen die lang opgenomen liggen met een dwarslaesie (traumatisch, werveltuberculose, myelitis transversa).
Ook in overdrachtelijke zin ben ik weer Legodokter geweest, samen met veel van mijn Oostafrikaanse collega’s. We zijn verder gaan bouwen aan onze Oostafrikaanse neurologie-opleiding, waarbij elk land een kleiner of groter steentje bijdraagt. Twee weken geleden hadden we onze tweede East African College of Neurology vergadering in Naivasha, Kenia. Drie uur ‘s nachts op pad, en 2 dagen later weer om 3 uur ‘s nachts thuis. Een paar uur rijden van Nairobi aan een bergmeer, op de plek waar ook de Soedanese vredesbesprekingen hebben plaatsgevonden. Maar wij zijn succesvoller…! Er waren 16 neurologen uit in totaal 11 landen, die de 5 landen van de East African Community vertegenwoordigden. In 2 dagen is er een concept curriculum vastgesteld, en hebben de kinderneurologen zich bij ons College aangesloten. Dat laatste is belangrijk omdat het ons als eenheid sterker maakt. Belangrijk in politieke en fundraising activiteiten om sterk te staan in de toekomst.
Om niet te vergeten dat het werk gewoon doorgaat, werd ik er midden in de nacht opgebeld door een paniekerige patient vanuit Moshi. Voordat ik kon duidelijk maken dat ik ver weg zat, begon de verbinding te haperen. Al zoekend naar ontvangst was ik het grasveld opgelopen- en besefte opeens dat ik, in mijn Hemapyjama, omringd was door verbaasde zebra’s, waterbokken en wat giraffen die een discrete afstand behielden… O ja! Het is een wildlife lodge. Mooie herinnering voor later. Naivasha, na de vergadering. Als je goed kijkt zie je mijn nachtelijke buren in de verte.Genomen vanuit de deuropening van de EEG-unit. Slaap lekker!De isolatie- eh,…afdeling.
Lego is blijkbaar aanstekelijk: Op een interessante manier is men begonnen om het ziekenhuis uit te breiden. Bovenop de bouwvallige vleugel naast de EEG-kamer moet een deel van de Nieuwe Spoedeisende Hulp komen. Dit is welgeteld 3 meter van m’n EEG-kamer, waar, juist ja, de patient wordt geacht te kunnen doezelen en slapen. Er wordt geheid, geboord, gezaagd en getimmerd. Binnen verwacht ik elk moment een sloopkogel door de muur te zien zeilen. De meeste afdelingen om ons heen zijn verhuisd, maar omdat de EEG-unit een vreemde eend in de bijt is, is ze niet meegenomen in het bestemmingsplan… Oordoppen? Tenslotte, als we het toch over knutselen hebben, is er een begin gemaakt met maatregelen in geval van een Ebola-uitbraak. De half ingestorte barak waar ooit een artsensoos in gevestigd was, krijgt ‘n fris verfje en het gras is gemaaid. Verder nog niet veel nieuws aan het front: het enige beschermend materiaal is ook een soort speelgoed. Polshandschoentjes en hoesjes voor om de schoenen, verder is er nog niets. Laten we maar allemaal heel hard hopen dat het er niet op aan komt.
Soms geloof ik mijn eigen oren niet. Zoals de tiener die al 2 jaar epilepsie had waarbij de behandeling tot dusver niet was aangeslagen. De behandeling bestond uit het inademen van smeulende gerookte olifantendrollen. Toen ik van de verbazing stond te bekomen bleek dat alle dokters en co’s die remedie wel kenden: Ja hoor, werd schoorvoetend toegegeven, het werkt blijkbaar ook tegen dit, en tegen dat… Als je een portie nodig had, moest je gewoon een Maasai op straat aanspreken, want die konden het bij hun stamgenoten uit Amboseli (een groot natuurpark op de Tanzaniaans-Keniaanse grens) afnemen. Net toen ik mijn gezichtsuitdrukking weer onder controle had, keek Priyanka, onze co-assistent uit Nairobi (er werken hier nogal wat Kenianen omdat Nairobi zo’n onveilige omgeving geworden is, en omdat de opleiding hier goedkoper is) me zijdelings meewarig aan. Leer haar de Tanzanianen kennen, sprak uit haar blik. Of ik dan niet de Maasai moeder had gezien die gisteren midden op zaal haar shuka (traditionele blauwe gewaad) opschortte en over haar slapende baby heen plaste. Want verse urine, dat hielp pas echt. Dat het kind intussen ook intraveneuze antibiotica had voor een longontsteking maakte blijkbaar niet genoeg indruk.
Om in deze context in het kort te melden dat dit ziekenhuis nog steeds volledig onvoorbereid is voor calamiteiten als ebola mag niet verbazen. En dat ondanks een regering die haar ziekenhuizen al 2 keer heeft opgedragen om een noodplan op te stellen. Beschermend materiaal is er evenmin, maar het ‘is in bestelling’. Ik wijd daar nu verder geen woorden aan, maar het houdt ons allen wel bezig. Mijn standpunt is dat ik geen verdachte patienten wil zien in deze onbeschermde omstandigheden. En als dat mij mijn baan zou kosten, dan is dat maar zo. Ik trek een grens bij deze risico’s. Tuberculose, hepatitis, HIV/AIDS, malaria, dengue, rabies, lepra, scabies norvegica- allemaal risico’s maar veelal zaken die je zelf in de hand kunt hebben. Maar dit is anders.
Om deze muizenissen af te sluiten met een luchtigere anekdote die het hygiene-niveau van het ziekenhuis illustreert: Maandag hadden we in de overdrachtsruimte een dolle muis. Hij rende door het lokaal en sprong over schoten, schoot verticaal tegen de muren en ramen op, viel ruggelings terug op de schouder van het afdelingshoofd… De deur werd open gezet, maar hij bleef zitten waar hij zat, met soms een verrassingsaanval het publiek in. Je moet de Tanzanianen nageven dat ze snel weer overgaan tot de orde van de dag. Ze zijn opgeleid in een ziekenhuis vol ongedierte en ‘the show must go on’. Dus de dames deden hun pumps omhoog maar bleven gewoon zitten.
AIOS Ronald moest en zou na de overdracht dus zijn praatje over sepsis geven, al waren na wat charges inmiddels alle toehoorders naar een kant van de kamer verkast. We stonden daar op een rij met de armen om het lichaam geslagen, klaar voor een sprong opzij mocht de muis het weer op zijn heupjes krijgen.
Ondertussen bleef de AIOS doorpraten omdat de baas dat wilde. Maar dan wel met zijn laserpen gericht op de ogen van de muis, in de hoop dat hij verblind naar beneden zou vallen.
Theoretisch kunnen allerlei zoogdieren hondsdolheid hebben zodat de melige term muisdolheid viel. Maar volgens William was dat onwaarschijnlijk. Al had hij in die 20 jaar wel andere aangedane zoogdieren meegemaakt. Zoals hondsdolle leeuwen in de Serengeti, die de banden van een passerende Landrover hadden gescheurd. Ach, daar is onze overdrachtsmuis niets bij.